26 juli 2017

Frans Budé: Oever


De aanzet tot het niet-zijn. Straks
geen kleren meer als men meereist
met de sterren boven het ijs de over-

zijde tegemoet, de allerverste winter in
waarin men aanlegt naast een veld
van sneeuw. Het helder wordend
licht dat invliegt, dat men spelt,

onafgebroken lezend in de palm
van zijn hand. Men verstaat wat wij
wilden toen nog geen ruis van overkant
de schelp streelde, het woord niet ving

dat zong: Oever! Aankomst! Weelde!

Uit: In Remersdaal. Gedichten 1997











Vooraf
Wat mij betreft zou poëzie altijd iets filosofisch moeten hebben. Ik bedoel dat ze iets moet verbeelden van het menselijke bestaan als zodanig en zich niet alleen zou moeten beperken tot het particuliere en anekdotische. Kortom: ik houd van poëzie die het bestaan als zodanig tot onderwerp neemt en zijn grenzen probeert te verkennen en er zelfs overheen probeert te kijken. Dit gedicht van Frans Budé doet dat naar mijn mening. De titel van zijn laatste bundel Achter het verdwijnpunt is wat dat betreft veelzeggend.

 Analyse

De titel Oever geeft een grens aan. Oever verwijst al woordelijk naar de overkant. In dit geval het gebied aan de andere kant van dit bestaan. De dichter noemt dat het niet-zijn. Hij wil weten wat achter die toestand is die wij dood noemen. Of nauwkeuriger gezegd  hoe die overgang is van het zijn naar het niet-zijn.

Die overgang is ingrijpend te noemen. De verwachting dat men geen kleren meer heeft duidt er op dat men werkelijk alles moet achterlaten. Het is een barre tocht naar de leegte, die wordt voorgesteld als de oneindige ruimte van het sterrenstelsel. De dood is hier echt het allerlaatste seizoen. De reiziger moet de allerverste winter in voordat hij aanlegt naast een veld van sneeuw.

Is het de witheid en puurheid van de sneeuw die de wending brengt in dit gedicht en daarmee in het perspectief van de reiziger? Want vanaf dat moment is hij gericht op het helder wordend licht dat invliegt.

De reiziger is nu onafgebroken bezig dat naderende licht te lezen. Hij herinnert zich immers de spreuk dat God zijn mensen niet in de steek laat, maar hen geschreven heeft in de palm van zijn hand*. Hoe kan hij dit anders lezen dan dat die goddelijke hand hem in die eindeloze ruimte niet laat vallen, maar zal opvangen? Maar daarvoor moet hij onafgebroken die belofte blijven spellen.

De dichter heeft er kennelijk vertrouwen in dat zijn diepste verwachtingen nu zullen uitkomen sinds hij vroeger als kind de schelp beluisterde in het verlangen iets op te vangen van die overkant. Toen hoorde hij vaag geruis en verstond nog niet wat die belofte inhield. Maar nu verstaat hij het. Het moet zijn: Oever! Aankomst! Weelde!

*Ik vergeet u nooit! Kijk, ik heb u in mijn handpalm geschreven. (Jesaja 49:13-16)




4 april 2017

Lucebert: Er is leven na de dood



dichtbij de kern
diep in barnsteen
een traan in slaap

een stil toestel
een onzichtbare motor
sluit en opent het raam

dwars door toornige
dromen dartelt
toverend een vlinder

het kanon in de garage
gaat voor de bijl
geen einde slechts zwakte

staart klauw kuif
darm galg wankele bil
alles ligt stil

alleen waadt een engel
door een vijver vol vuilnis
en kust het kristallen hart

1993















Dit gedicht schreef Lucebert een jaar voor zijn dood. De titel laat er geen twijfel over bestaan: de dichter is ervan overtuigd: er is leven na de dood. Het is daarom de moeite waard te achterhalen op welke gronden hij zo zeker is.

Analyse

dichtbij de kern
diep in barnsteen
een traan in slaap

Zoals ik al eerder vaststelde bij zijn gedicht Poëzie is kinderspel gaat het Lucebert om beelden, niet om begrippen. Hier is het centrale beeld een traan, niet zomaar een traan, maar een diep in barnsteen geconserveerde traan. Barnsteen is in de prehistorie ontstaan uit vloeibaar hars, die geleidelijk is versteend. In dat proces is alles wat zich erin bevond gedurende miljoenen jaren exact bewaard. Zo is ook deze traan gestold en in slaap eeuwig aanwezig.

De dichter noemt die traan dichtbij de kern. Dat duidt erop dat je met het beeld van de traan dichtbij de kern van het menselijk bestaan komt. In dat geval kun je ook het gehele gedicht lezen als een beschrijving van een bestaan dat door tranen wordt gekenmerkt.

Tranen worden in het algemeen geassocieerd met verdriet. In tranen uit zich het bewustzijn van een gemis. Het geluk waar je zonder meer vanuit ging wordt je op een of andere manier onthouden. Het leven blijkt een tekort te hebben.

Er zijn filosofieën die het leven een dal van tranen noemen, andere beweren dat het één groot geluk is. Maar die fundamentele emotie die bij tranen hoort is onder mensen niet weg te denken.

Maar tranen laten ook een andere kant van het bestaan zien. Er zijn tranen van geluk en ontroering wanneer iets van het tekort wordt opgeheven en er even een volmaakte wereld oplicht. Tranen openbaren dus iets van het volkomen leven, zowel in het bewustzijn van het gemis als in een tijdelijke realisering van dat geluk..

een stil toestel
een onzichtbare motor
sluit en opent het raam

De beperking van het bestaan komt omdat de mens zich als een lichaam ervaart. In dit geval een stil toestel met een onzichtbare motor. Het heeft de eigenschappen van een werktuig dat, gedeeltelijk onbewust, gehoorzaamt aan mechanische wetten. Ook het sluiten en openen van het raam zou je daar onder kunnen rekenen. Het zich openen naar de wereld en weer afsluiten, het alledaagse werken en rusten.

dwars door toornige
dromen dartelt
toverend een vlinder

Maar binnen dit zich steeds herhalende fysieke proces van werken en rusten ervaart de mens een gegeven dat er dwars doorheen dartelt. Iets vluchtigs en ongrijpbaars als een vlinder maakt duidelijk dat men niet puur aan de beperkingen van het lichaam onderhevig is. Daar is ook de toverende werking van een ziel, die meer is dan het lichaam en zich juist in dromen manifesteert.

het kanon in de garage
gaat voor de bijl
geen einde slechts zwakte

staart klauw kuif
darm galg wankele bil
alles ligt stil

Maar je kunt niet om de vaststelling heen dat het menselijke lichaam sterfelijk is. Alles gaat voor de bijl. Wat kracht, agressie en potentie uitstraalde blijkt uiteindelijk zwak. Het hele apparaat, alles ligt stil.

alleen waadt een engel
door een vijver vol vuilnis
en kust het kristallen hart

Tot slot komt de dichter weer terug tot wat de kern is van het mens-zijn. Ondanks alle bederf en vuilnis die met lichamelijk verval samenhangt blijft er één ding ongeschonden over. Het is het kristallen hart. Kristal staat symbool voor zuiverheid en ongeschonden structuur.  Het hart van de mens wordt terecht zo genoemd, omdat daar het verlangen zetelt naar het volledige leven. Dat verlangen dat zich in de traan openbaart kan niet worden aangetast. Vandaar dat de hemelse gezant het kust.