7 januari 2010



J.C.Bloem


Dichterschap


Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten,
Voor de rechtvaardiging van een bestaan,
In 't slecht vervullen van onnoozle plichten
Om den te karigen brode allengs verdaan ?

En hierom zijn der op een doel gerichten
Bevredigende dagen mij ontgaan;
Hierom blijft mij slechts zelf en lot betichten
In zicht van' t eind der onherkeerbre baan.

Van al de dingen, die 'k in dromen zocht-
Erger: van alle, die ik wèl vermocht,
Is, nu hun tijd voorbij is, niets geworden.

En ik kan zelfs niet, als mijn onbevreesd
Erkennen mij verwijst naar de verdorden,
Aanvoeren: maar mijn bloei is schoon geweest.






















Dichterschap

Analyse

Dichten is een speciale vorm van leven, die duidelijk afwijkt van wat men gangbaar een zinvol leven noemt. Het is daarom de vraag of een stuk of wat gedichten, de enige opbrengst van een bestaan dat in het slecht vervullen van onnoozle plichten is verdaan, dit leven nog kunnen rechtvaardigen.

In de ogen van de doelgerichten kun je het dichterschap een mislukking noemen: Door zijn bestaan te verdoen is geen enkel serieus doel bereikt, dus er is ook nooit echte bevrediging geweest, zoals de wereld die kent.

Dichten is in de ogen der doelgerichten eigenlijk een teken van onvermogen, immers vanwege zijn onvermogen vlucht de dichter in de droom, die ijdel blijkt. Maar door dat te doen mist hij ook de kans te slagen in wat hij wél had kunnen doen.
Wat overblijft van zijn slecht vervulde plichten zijn  een stuk of wat gedichten.   Maar hier wordt menselijk gemis tot dichterlijke winst. Want hoewel de bloei van de dichter niet schoon is geweest (hij moest immers zijn inspiratie putten uit dat gemis) blijven niettemin een stuk of wat gedichten  onaantastbaar, als vruchten van een bestaan dat verder als mislukt kan worden beschouwd.

De vraag is dit genoeg een stuk of wat gedichten? is  een retorische vraag, die de lezer dwingt daarop te antwoorden. Doordat de dichter zichzelf als een mislukkeling voorstelt suggereert hij dat op die vraag een negatief antwoord zou moeten worden gegeven. 
Maar hier schuilt een zekere ironie in. Het feit dat hij zijn dichtwerk als zo weinig belangrijk voorstelt kun je als een understatement zien. De lezer van zijn gedichten weet immers beter en zal dan des te meer de vraag positief beantwoorden: Ja, die gedichten zijn een rechtvaardiging van je bestaan, wat je ook verder van je leven hebt gemaakt.